Islamofobie is een woord dat inmiddels stevig verankerd is in het publieke debat, maar vaak ook onderwerp van misverstand en controverse. Is het een vorm van anti-religieuze intolerantie? Een irrationele angst? Of is het een woord dat slechts bedoeld is om kritiek op islam tegen te gaan? Of gaat het om iets diepers – iets structureels?
Islamofobie als structureel fenomeen
Islamofobie staat dus niet los van bredere maatschappelijke structuren. Het gaat niet alleen om wat mensen denken of zeggen, maar om hoe samenlevingen zijn ingericht, welke normen als vanzelfsprekend gelden, en welke groepen structureel worden uitgesloten. Hedendaagse islamofobie is geen ‘nieuw’ probleem, maar een moderne voortzetting van historische processen van racialisering, uitsluiting en macht.
Het seculiere zelfbeeld van Europa, de logica van antiradicaliseringsbeleid, en de framing van cultuur als risico dragen allemaal bij aan een wereld waarin moslims als ‘de ander’ blijven fungeren – vaak zonder dat het zo wordt benoemd.
Wat vraagt dit van ons?
Als we islamofobie werkelijk willen begrijpen – en bestrijden – dan moeten we bereid zijn om dieper te kijken dan het oppervlak. Niet alleen naar hatelijke uitingen of incidenten, maar naar de systemen en structuren die uitsluiting mogelijk maken en in stand houden.
Dat betekent ook dat we onszelf en onze samenleving durven bevragen:
- Wat beschouwen we als normaal, en wie valt daarbuiten?
- Waarom zien we religieuze expressie bij sommige groepen als problematisch en bij andere als privézaak?
- Wat zien we eigenlijk als religie en wat niet?
- Hoe kunnen we werkelijk inclusief denken, voorbij de illusie van neutrale waarden?
Islamofobie begrijpen is geen academische oefening. Het is een stap naar meer rechtvaardigheid.
In de komende maanden (het is nu juli 2025) zal Martijn de Koning in een serie blogposts ingaan op het onderwerp islamofobie en bespreken hoe islamofobie niet zomaar een probleem is van persoonlijke vooroordelen, maar een maatschappelijk en politiek fenomeen dat nauw verweven is met racisme.
De eerste blogpost is een introductie daarop om een genuanceerd en kritisch begrip van islamofobie te ontwikkelen – niet als een los incident of ‘angst voor de islam’, maar als een structurele vorm van raciale uitsluiting.
Deel 1 – Islamofobie – een inleiding
Martijn de Koning, 20 juli 2025
Islamofobie: racisme en racialisering
Islamofobie kan begrepen als een moderne, geopolitiek ingebedde vorm van racisme. Cruciaal daarbij is het begrip racialisering: het proces waarbij mensen niet alleen anders worden gemaakt, maar als wezenlijk anders worden geconstrueerd – als een categorie buiten de norm.
In het geval van islamofobie betekent dit dat moslims worden geracialiseerd als collectief dat fundamenteel ‘onverenigbaar’ is met de liberale, seculiere, westerse samenleving. Moslims worden zo niet enkel beoordeeld op hun religieuze praktijken, maar op een dieper niveau uitgesloten als buitenstaanders in het maatschappelijke project. Denk aan hoe moslims als groep verdacht worden gemaakt – bijvoorbeeld door een constante link met terrorisme of het beeld van de ‘onvrije moslima’. Dit proces is geen toeval, maar een voortzetting van Middeleeuwse en koloniale logica, waarin de islam al eeuwenlang werd voorgesteld als een obstakel voor beschaving, rationaliteit en vooruitgang. Islamofobie is daarmee een manier waarop het Westen zichzelf blijft bevestigen als superieur, en de islam als per definitie afwijkend.
Lees hier verder op de website van religionresearch.
Deel 2 – Over religie, ras en de logica van uitsluiting
Martijn de Koning, 20 augustus 2025
Islamofobie als racisme. Wat betekent dat?
In het tweede deel van de serie Wat is islamofobie, ga ik meer in op de historische context van islamofobie en laat ik nog wat verder zien hoe islamofobie het best opgevat kan worden als vorm van racisme: anti-moslim racisme.
Wanneer we vandaag de dag het woord islamofobie horen, denken velen aan vooroordelen, discriminatie of misschien zelfs angst of haat tegen moslims. Dat is niet per se fout, maar om te begrijpen hoe fundamenteel islamofobie verankerd is in de historische en hedendaagse Europese context, is het verstandig om islamofobie niet te zien als geen optelsom van incidenten of individuele haatdragende uitspraken, maar als een vorm van racisme. En om dat te begrijpen moeten we kijken naar hoe religie en ras in de moderne geschiedenis steeds weer met elkaar verstrengeld zijn geraakt.
Racisme gaat niet alleen over huidskleur zoals vaak wordt gedacht maar waarmee we eigenlijk een pseudo-wetenschappelijke leer uit de 18e en 19e eeuw overnemen. Racisme is het gevolg van en een manier om hele groepen mensen te reduceren tot een onveranderlijke en problematische ander. Het proces waardoor dat gebeurt, noemt kunnen we racialisering noemen.
Bij moslims zien we dat heel duidelijk: of je nu praktiserend bent of niet, of je nu in Rotterdam geboren bent of in Rabat, je wordt vaak behandeld alsof je eerst en vooral moslim bent. Moslim-zijn wordt zo een soort aangeboren eigenschap, iets dat je altijd bij je draagt en dat je plaats in de samenleving bepaalt. Dit is precies wat racialisering doet: religie wordt vastgezet alsof het ras is.
De term moslim wordt daarbij niet ingevuld op basis van hoe een individu zijn/haar religie beleeft en manifesteert, maar op basis van ideeën en definities die van buitenaf worden opgelegd. Dit is evenmin een recent proces, maar al eeuwenoud.
Lees hier verder op de website van religionresearch.
Deel 3 – Secularisme en neutraliteit: bescherming of bron van islamofobie?
Martijn de Koning, 10 september 2025
Hoe secularisme kan beschermen
Europa ziet zichzelf graag als neutraal en seculier: religie en politiek zouden gescheiden zijn en alle burgers gelijk behandeld. Dat klinkt rechtvaardig en beschermend. Maar in de praktijk blijkt dit ideaal niet altijd neutraal uit te pakken. Neutraliteit kan moslims beschermen tegen discriminatie, maar ook leiden tot uitsluiting – of zelfs al van meet af aan islamofoob zijn.
Idealiter zou secularisme garanderen dat niemand bevoordeeld of benadeeld wordt vanwege zijn of haar geloof. De overheid hoort geen religie voor te trekken en geen religie op te leggen. Dat betekent: burgers mogen hun geloof belijden, gebedshuizen bouwen, hun feestdagen vieren en religieuze kleding dragen. Dit is wat we een open vorm van neutraliteit kunnen noemen: een kader dat ruimte biedt voor diversiteit. We zouden dit inclusief secularisme kunnen noemen: de staat garandeert vrijheid en gelijkheid, maar erkent tegelijk dat religie zichtbaar aanwezig mag zijn in de samenleving.
Lees hier verder op de website van religionresearch.